10 jun De trilling van een kastanje
Het licht is langzaam aan het terugtrekken. De avond is zwoel. Maar op mijn takken groeit pas een twijfelend laagje groen. Er zit een litteken in de vorm van een hart op het midden van mijn stam. De eerste blaadjes beginnen er voorzichtig op te groeien.
Ooit zat daar een tak. Toen die werd afgezet bleef er een groot gat achter. Alsof er een ledemaat was weggerukt. Ieder voorjaar veranderen nieuwe twijgen mijn vorm. Sommigen groeien met mij, anderen leggen het snel af. Deze groeide al lang mee. Maar het gat groeide dicht, ik leefde door. Nu herinnert alleen het litteken nog aan de pijn die het ooit gedaan heeft. In de kern ben ik een kastanje. Diep onder de grond ontsproot ik en in de aarde sta ik geworteld.
In een spleet in mijn bast is een metalen hart geklemd. De sierlijke krullen en het zachte roze contrasteren sterk met de onregelmatige schors van mijn dichtgegroeide hart. Een meisje had het hartje meegenomen. Misschien vond ze het in huis, een tierelantijn dat onbestemd rondslingerde in een doos. Onder mijn kruin ontmoette ze de jongen. Hun handen innig verstrengeld terwijl hun tongen nog voorzichtig aftastten. Maar zodra ze loslieten, bestond hun verbintenis alleen in hun hoofden. Hun liefde was nog te pril om erop te vertrouwen dat het ondergronds aan het wortelen was, dat er een kern zonder vorm kon bestaan. Ze kozen een plekje in mijn bast voor het hart om hun samenzijn te verankeren in de wereld.
Ik weet dat het er zit, soms kriebelt het in de oksel waarin het vastzit. In de winter trekt de roest in mijn schors. Misschien laat het sporen in mij achter. Zoals de tak een litteken achterliet van een moment dat anders zoek zou raken in de tijd. Ergens voelt dat prettig. Zelfs kortstondigheid kan worden vastgepakt.
De treurwilg hiernaast denkt dat het hem toekomt. Zielen die worden afgedaan, harten die opbloeien onder zijn ruisende toppen of incomplete mensen die verslagen hun weg vervolgen nadat ze zijn losgesneden. Dat de mensen hem automatisch kiezen om vreugde en verdriet mee te delen omdat zijn takken nu eenmaal dramatisch hangen. En hij heeft een punt, want hij is vaak liederlijk beschreven. Maar ik heb het al zo vaak zien gebeuren onder mijn ritselende bladeren. Liefdesgeschiedenissen die zich aaneenrijgen zoals de seizoenen aan de jaren, en de jaren aan de vergetelheid. Ik ben niet beschreven, maar wel getekend door liefde en verlies, ook al ben ik een kastanje.
Een vrouw parkeert haar fiets naast mij in het gras. Ze zet het apparaat waarmee ze allemaal vergroeid lijken aan haar oor. De bas van de man in dat ding laat de lucht zachtjes trillen. Haar stem is zacht en warm, nieuwsgierig vraagt ze hoe het met hem gaat. Haar energie is springerig en een beetje gespannen. Maar met zijn antwoord voel ik de lucht om haar heen veranderen. Mijn wortels vangen het pulseren van haar aderen op. De spanning schiet de aarde onder haar in.
Dit verhaal is gepubliceerd op Elders Literair | Platform voor literatuur en beeldende kunst op 5 juni 2026. Lees het hele verhaal hier.